Tot voor kort werden aanvragen om kraaiachtigen te bestrijden bijna standaard goedgekeurd. “Maar de cijfers van 2024 laten inderdaad een duidelijke trendbreuk zien omdat bijkomende voorwaarden worden gesteld bij het beoordelen van zo’n aanvraag,” zegt Van Looy, die de cijfers opvroeg. “Van 2019 tot en met 2023 werden slechts drie aanvragen geweigerd. In 2024 sprong dat cijfer naar 270.” Aantoonbare schade aan de geteelde gewassen en preventieve maatregelen zijn meer bepalend geworden bij het verlenen van een vergunning. Populatietrends worden bovendien extra opgevolgd en geïmplementeerd bij de vergunningverlening. 

“Dat geeft aan dat de impact van het eerder gevoerde bestrijdingsbeleid onderschat werd,” zegt Van Looy. “De vraag is nu wat de gevolgen zijn van het aangescherpte beleid voor zowel populatie als voor de schadedossiers. De voorbije jaren werden slechts 14 aanvragen ingediend voor een schadevergoeding, maar misschien volgen er nu wel meer aanvragen aangezien het faunafonds enkel tussenkomt wanneer bestrijding uitdrukkelijk verboden werd, maar ondanks preventieve middelen er toch schade optreedt.”

In 2024 werden alle 136 aanvragen voor het bestrijden van eksters geweigerd. Het aantal verleende vergunningen voor de bestrijding van kraaien en kauwen bleef constant maar er werden wel respectievelijk 73 en 57 afwijkingsaanvragen geweigerd. Zo zijn er in totaal 270 afwijkingsaanvragen geweigerd ten opzichte van 3 in het jaar voordien. Dat vertaalt zich ook naar het aantal vergunde aanvragen voor kraaien en kauwen, dat waren er nog 819 in 2019, 345 in 2023 en nog maar 246 in 2024. 

“De cijfers tonen aan dat er kritischer gekeken wordt naar de nood om kraaien, eksters, kauwen en gaaien af te schieten. Dat is niet alleen een goede zaak voor ons milieu, maar het is ook onze plicht om bestrijding enkel toe te laten wanneer men kan aantonen dat er ernstige schade mogelijk is aan teelten. Bestrijding moet de uitzondering blijven”, besluit Van Looy.